
De meerwaardebelasting 2026, alles wat je moet weten
Sinds 1 januari 2026 is de Belgische beleggingswereld een belasting rijker. Tien procent op je meerwaarde, met een vrijstelling van €10.000, een referentiedatum van 31 december 2025 en een handvol uitzonderingen die je best onder de knie hebt voor je verkoopt. Het oogt complexer dan het is. In deze gids zetten we alles netjes op een rij, met voorbeelden die je niet drie keer hoeft te lezen.
In het kort
- 10% belasting op de meerwaarde die je realiseert bij een verkoop, niet op papieren winst.
- De eerste €10.000 winst per persoon per jaar zijn vrijgesteld, met carry-forward kan dat oplopen tot €15.000.
- Alleen winsten opgebouwd vanaf 2026 zijn belastbaar. Voor oudere beleggingen geldt de waarde op 31 december 2025 als startpunt.
- Geldt voor aandelen, ETF's, fondsen, obligaties, crypto, beleggingsgoud, vreemde valuta en derivaten.
- Pensioensparen, langetermijnsparen, spaar- en zichtrekeningen blijven buiten schot.
- Belgische brokers houden de belasting automatisch in vanaf 1 juni 2026, tenzij je voor opt-out kiest.
- Bij een buitenlandse broker moet je alles zelf berekenen en aangeven.
Vanaf wanneer geldt het?
De wet trad in werking op 1 januari 2026. De Kamer van Volksvertegenwoordigers keurde de definitieve tekst goed op 3 april 2026, met terugwerkende kracht voor het volledige belastingjaar. De officiële richtlijnen en circulaires kan je raadplegen bij de FOD Financiën.
Goed nieuws voor wie al jaren belegt: alle winsten die je vóór 2026 op papier hebt opgebouwd, blijven volledig onbelast. De fiscus kijkt enkel naar wat er na 31 december 2025 gebeurt.
Wie en wat valt eronder?
De meerwaardebelasting (in fiscaal jargon ook wel kapitaalwinstbelasting of belasting op kapitaalwinsten genoemd) is van toepassing op natuurlijke personen die in België fiscaal verblijven. Vennootschappen vallen onder het bestaande regime van de vennootschapsbelasting en zitten dus niet in deze nieuwe regeling.
Wat onder de belasting valt:
- Aandelen, beleggingsfondsen, ETF's, indexfondsen, ETN's en ETC's
- Obligaties en geldmarktinstrumenten
- Cryptomunten en NFT's
- Beleggingsgoud, fysiek of via een tracker
- Vreemde valuta en cashposities in andere munten
- Financiële derivaten zoals opties, futures en CFD's
- Spaar- en beleggingsverzekeringen tak 21, 22, 23, 26 en 44 (tenzij ze deel uitmaken van een pensioenstelsel)
Wat erbuiten valt:
- Pensioensparen en langetermijnsparen (derde pijler)
- Klassieke spaarrekeningen, zichtrekeningen en termijndeposito’s
- Sieraden en verzamelmunten zonder uitgesproken beleggingsdoel
- Vastgoed (dat heeft zijn eigen fiscale handboek)
De vrijstelling van €10.000 (en soms €15.000)
De eerste €10.000 winst per persoon per jaar is volledig vrijgesteld. Dat bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd, dus het volgt min of meer de inflatie.
Heb je in een bepaald jaar je vrijstelling niet (volledig) gebruikt? Dan mag je 10% van het ongebruikte bedrag, dus maximaal €1.000, meenemen naar het volgende jaar. Dat kan vijf jaar lang opbouwen, wat samen €5.000 extra is. Wie vijf jaar lang niets verkoopt, kan dus het zesde jaar starten met een vrijstelling tot €15.000.
Voor gehuwden onder een gemeenschapsstelsel telt de vrijstelling per persoon. Twee partners samen zitten dus op €20.000 per jaar, of in het beste geval €30.000 na vijf jaar opbouwen.
De referentiedatum van 31 december 2025
Om te vermijden dat winsten van vóór 2026 mee belast worden, kijkt de fiscus naar de waarde van je beleggingen op 31 december 2025. Die dag heet de referentiedatum, en de slotkoers van dat moment wordt je nieuwe startpunt voor de berekening.
Bij een verkoop is je belastbare meerwaarde dus het verschil tussen de verkoopprijs en die referentiekoers van 31 december 2025, niet je oorspronkelijke aankoopprijs.
Meerdere aankopen, FIFO en gewogen gemiddelde
Wie maandelijks dezelfde ETF bijkoopt, heeft al snel posities tegen verschillende prijzen. De fiscus moet beslissen welke aandelen je precies verkoopt, en daar gelden twee regels.
Aankopen vóór 1 januari 2026
Voor je oude pool wordt één gewogen gemiddelde aankoopprijs per activum gehanteerd. Al je aankopen van hetzelfde aandeel of dezelfde ETF van vóór 2026 worden samengeklikt tot één gemiddelde.
Aankopen vanaf 1 januari 2026
Voor nieuwe aankopen geldt FIFO, oftewel first in, first out. Wat je het langst hebt, gaat als eerste fiscaal de deur uit bij verkoop. Je hebt geen keuze: zelfs als je liever een recentere positie zou verkopen, past de fiscus FIFO strikt toe.
Volgorde bij verkoop
Bij verkoop wordt eerst de oude pool aangesproken (met dat gewogen gemiddelde). Pas wanneer die helemaal op is, schuift FIFO door naar je aankopen van na 2025.
Wat als je aankoopprijs hoger lag dan de referentiekoers?
Tot nu toe gingen we ervan uit dat je belegging in waarde was gestegen op 31 december 2025. Maar wat als je oorspronkelijke aankoopprijs hoger lag dan de referentiekoers? Voor verkopen tot en met 31 december 2030 mag die hogere historische aankoopprijs in aanmerking worden genomen, op voorwaarde dat je hem kan bewijzen met aankoopdocumenten, rekeningafschriften of een transactiehistoriek van je broker. Het is dus geen vrije keuze: zonder sluitend bewijs val je terug op de referentiekoers.
Heb je hetzelfde aandeel of dezelfde ETF meerdere keren gekocht vóór 2026? Dan vergelijkt de fiscus de gewogen gemiddelde aankoopprijs van die hele pool met de referentiekoers, niet elke aankoop afzonderlijk. Eén dure aankoop redt dus niet je hele positie als het gemiddelde alsnog lager ligt dan de koers op 31 december 2025.
Vanaf 1 januari 2031 vervalt deze uitzondering en wordt altijd de referentiekoers gebruikt, zelfs als je oorspronkelijk meer betaald hebt. Belgische brokers passen ze trouwens niet automatisch toe, dus opnieuw: zelf claimen via je aangifte.
Verliezen verrekenen met winsten
Niet elke verkoop levert winst op, en gelukkig houdt de wet daar rekening mee. Verliezen die je in hetzelfde belastingjaar realiseert, mag je aftrekken van je winsten voor je de vrijstelling toepast.
Twee belangrijke kanttekeningen: verliezen zijn niet overdraagbaar naar volgende jaren, en verliezen van vóór 2026 tellen niet mee. Volgend jaar begin je weer met een schone lei.
Beleggingen in vreemde valuta
Heb je Amerikaanse aandelen of een ETF in dollar? Dan moet zowel je aankoopprijs als je verkoopprijs in euro worden uitgedrukt, met de wisselkoers van de transactiedag zelf.
De fiscus kijkt namelijk altijd naar je winst in euro, niet in dollar. Het kan dus dat je belegging in dollar amper bewogen heeft, terwijl de wisselkoers je toch een papieren wisselkoerswinst (of -verlies) bezorgt.
Werk je via een aparte cashrekening in dollar om wisselkosten te beperken? Dan wordt elke beweging op die rekening fiscaal bekeken. Een Amerikaans aandeel kopen telt dan als een verkoop van dollars, en als de wisselkoers ondertussen is gestegen heb je technisch een wisselkoerswinst gemaakt. Klein detail dat administratief snel groot wordt.
Hoe wordt de belasting geheven?
Hoe de belasting precies wordt geïnd, hangt af van waar je broker gevestigd is en welke optie je zelf kiest. In de praktijk komt het neer op drie scenario’s:
1. Belgische broker met automatische inhouding (opt-in)
Bij de meeste Belgische brokers en banken (Bolero, Keytrade, MeDirect, BNP Paribas Fortis...) wordt de 10% automatisch ingehouden zodra je verkoopt met winst. Klaar, je hoeft zelf niets meer aan te geven.
De keerzijde is dat je broker geen volledig zicht heeft op je situatie. In de praktijk:
- Verliezen worden niet verrekend. Dat moet je zelf via je aangifte regelen.
- De vrijstelling van €10.000 wordt genegeerd. Je broker houdt op elke winstgevende verkoop in, ook als je jaartotaal onder €10.000 blijft.
- De referentiekoers van 31 december 2025 is altijd het uitgangspunt, ook als je oorspronkelijke aankoopprijs hoger lag.
Het netto-effect: in het slechtste geval geef je de overheid tot 2,5 jaar lang een renteloze lening voor belasting die je via je aangifte weer terugkrijgt. Niet zo dramatisch als het klinkt, maar wel iets om in je hoofd te houden.
2. Belgische broker met opt-out
Wil je liever zelf het stuur in handen? Bij Belgische brokers kan je per effectenrekening kiezen om de inhouding uit te zetten. Je geeft dan in je jaarlijkse aangifte zelf aan wat je verkocht hebt en betaalt de 10% (na vrijstelling en compensatie van verliezen) zelf af.
Het voordeel: je gebruikt meteen je vrijstelling, je verrekent verliezen direct, en je hoeft niet te wachten op terugbetaling. Het nadeel: meer administratie. En je geeft de fiscus een gedetailleerd zicht op je transacties, wat in zeldzame gevallen vragen kan oproepen over of je nog binnen het ‘goede huisvader’-principe belegt. Voor de gewone buy-and-hold belegger geen probleem.
3. Buitenlandse broker (DEGIRO, Trade Republic, Saxo...)
Werk je met een broker zonder Belgische vestiging? Dan wordt er niets ingehouden. De Belgische fiscus heeft geen greep op buitenlandse partijen, dus alles komt op jouw bord:
- Per transactie zelf je meerwaarde berekenen, inclusief de juiste wisselkoers in euro.
- Een nette administratie van al je aankopen en verkopen bijhouden.
- Alles correct opnemen in je belastingaangifte.
Niet onmogelijk, maar wel het type werk waarbij een goede tool of een gedisciplineerde spreadsheet het verschil maakt tussen vlot en uren puzzelen.
Wat verandert er nu eigenlijk in de praktijk?
Voor de gemiddelde belegger met een gediversifieerde portefeuille en maandelijkse stortingen: niet zoveel. De vrijstelling van €10.000 dekt voor de meeste mensen ruim de jaarlijkse winst die effectief gerealiseerd wordt, en je betaalt pas iets als je verkoopt.
Wat wel verandert:
- Je administratie weegt zwaarder, zeker als je via een buitenlandse broker werkt of voor opt-out kiest.
- Iets minder vrijheid om frequent in en uit posities te draaien, want elke verkoop is een belastbaar moment.
- Een goede reden om je beleggingen niet uit te smeren over te veel rekeningen, want elke broker bekijkt je situatie geïsoleerd.
Slim plannen, minder belasting
Helemaal ontwijken kan niet, en dat is ook niet de bedoeling. Maar slim plannen scheelt al snel honderden euro’s per jaar:
- Houd je vrijstelling per kalenderjaar in de gaten en gebruik ze indien zinvol. Niet gebruiken laat een stuk fiscaal voordeel liggen.
- Verkoop niet onnodig. Elke realisatie is een belastbaar moment: hoe minder je verhandelt, hoe minder belastbare gebeurtenissen je creëert.
- Compenseer winsten en verliezen binnen hetzelfde jaar als de portefeuille daarom vraagt, niet als fiscale stunt op de laatste werkdag van december.
- Houd je aankoopgegevens goed bij. Zonder bewijs van aankoopprijs gaat de fiscus uit van nul, en betaal je 10% op het volledige verkoopbedrag. Vooral cryptobeleggers met een chaotische voorgeschiedenis: opletten geblazen.
Onthoud vooral dit: de meerwaardebelasting verandert niets aan hoe je belegt, alleen aan hoe je je administratie bijhoudt en wanneer je realiseert. Houd je transacties netjes bij, gebruik je vrijstelling slim en je betaalt geen euro meer dan nodig. Plutu staat klaar om dat administratieve stuk pijnloos te maken.
Bereken je meerwaardebelasting met Plutu
Importeer je portfolio en zie automatisch wat je verschuldigd bent. Met referentiekoers, FIFO, vrijstelling en wisselkoersen al ingerekend.
Veelgestelde vragen
- Vanaf wanneer is de meerwaardebelasting van kracht?
- De wet ging in op 1 januari 2026. De Kamer keurde de definitieve tekst goed op 3 april 2026, met terugwerkende kracht voor het volledige belastingjaar. De automatische inhouding door Belgische brokers werd verplicht vanaf 1 juni 2026.
- Hoeveel bedraagt de vrijstelling per persoon?
- De vrijstelling bedraagt €10.000 per persoon per jaar, jaarlijks geïndexeerd. Als je je vrijstelling niet volledig gebruikt, kan je elk jaar maximaal €1.000 overdragen, gedurende maximaal vijf jaar. Je vrijstelling kan zo oplopen tot €15.000 per persoon. Voor gehuwden onder een gemeenschapsstelsel telt dat per persoon, dus samen maximaal €30.000.
- Geldt de meerwaardebelasting ook op pensioensparen?
- Nee. Pensioensparen, langetermijnsparen, klassieke spaarrekeningen en zichtrekeningen blijven vrijgesteld. Pensioenproducten hebben hun eigen belastingregime, met een eindbelasting (meestal 8%) op het moment dat je de pensioengerechtigde leeftijd bereikt.
- Worden mijn buitenlandse beleggingen ook belast?
- Ja. De belasting is van toepassing op je wereldwijde beleggingen, ongeacht of je broker in België of in het buitenland zit. Bij een buitenlandse broker wordt er alleen niets automatisch ingehouden, dus moet je alles zelf berekenen en aangeven.
- Wat als mijn broker te veel belasting inhoudt?
- Dan kan je het verschil terugvorderen via je jaarlijkse aangifte personenbelasting. Reken op een wachttijd van ongeveer anderhalf tot twee en een half jaar tussen het moment van inhouding en de effectieve teruggave. Het is dus letterlijk een renteloze lening aan de overheid in afwachting van je aangifte.
- Moet ik elke transactie zelf bijhouden?
- Niet als je via een Belgische broker met automatische inhouding werkt en geen vrijstelling, verliescompensatie of historische aankoopprijs wil claimen. In alle andere gevallen wel: zonder een goede transactiehistoriek kan je je voordelen niet aantonen. Een tool zoals Plutu maakt dat een stuk eenvoudiger door je portfolio en transacties op één plek te bundelen.
- Kan ik verliezen overdragen naar volgende jaren?
- Nee. Verliezen verrekenen kan alleen binnen hetzelfde belastingjaar, en alleen voor verliezen vanaf 2026. Een verlies dat je niet kan compenseren met een winst in datzelfde jaar, gaat fiscaal verloren.
- Wat gebeurt er als ik uit België verhuis (de exit-heffing)?
- Bij verhuis van je fiscale woonplaats naar het buitenland doet de fiscus alsof je je portefeuille op de dag van vertrek hebt verkocht. Op de ongerealiseerde winsten van na 1 januari 2026 zou je dan 10% verschuldigd zijn. Verhuis je binnen de EU, de EER of een land met een geldig belastingverdrag, dan krijg je automatisch uitstel van betaling voor 24 maanden. Verkoop je je beleggingen niet binnen die periode en blijf je aan de meldingsplicht voldoen, dan vervalt de heffing na twee jaar volledig. Voor emigratie buiten Europa is uitstel ook mogelijk, maar enkel mits een financiële garantie zoals een bankdeposito.
- Hoe zit het nu met de Reynders-taks?
- De Reynders-taks blijft naast de meerwaardebelasting bestaan voor obligatie-ETF’s en gemengde fondsen. Om dubbele belasting te vermijden wordt enkel het rentegedeelte nog onder de Reynders-taks (30%) belast, terwijl de rest van de meerwaarde onder het nieuwe regime van 10% valt. Voor zuivere aandelen-ETF’s verandert er niets aan de Reynders-taks (die was er al niet).
- Geldt de meerwaardebelasting ook op verkopen vóór 1 januari 2026?
- Nee. Alle meerwaarden die je vóór die datum hebt gerealiseerd, zijn definitief vrijgesteld. Voor beleggingen die je vóór 2026 hebt gekocht maar pas later verkoopt, telt enkel het stuk winst dat na 31 december 2025 is opgebouwd, gemeten vanaf de referentiekoers van die datum.